‘Wat vind jij mooi, Max?’ vraagt de meester. Max denkt na. Hij zoekt de woorden voor wat hij mooi vindt, maar zijn denken duurt te lang. ‘Ik weet het niet, meester,’ zegt hij. ‘Denk er maar over na. Als je het weet, mag je het zeggen.’ In de loop van de dag, avond en nacht ontdekt Max heel wat kleine, alledaagse dingen die hij mooi vindt. Als hij terug op school is, heeft Max heel wat te vertellen.

Site door August van de Ven